LEVENSVOLDOENING VAN ALLEENSTAANDEN
Achterstand op samenwoners in 11 EG landen 1974-1986

Ruut Veenhoven en Renee VanSchoonhoven
Gepubliceerd in: Gezin, 1991, vol 3, pp 15-2

SAMENVATTING
Alleenstaanden scheppen gemiddeld minder voldoening in hun bestaan dan mensen die samenwonen met een partner. Dit blijkt uit tal van onderzoekingen naar subjectief welbevinden in moderne landen. Gemeten naar meer objectieve indicatoren van psychisch en lichamelijk welzijn blijken alleenstaanden ook steevast slechter af.
    Critici van het huwelijk zijn geneigd dit verschil te bagatelliseren. Voorzover erkend wordt voorspeld dat het verschil verdwijnt. Theoretisch is die voorspelling gebaseerd op verklaringen van het verschil in termen van negatieve sociale ‘etikettering’ en ‘crisis’ verschijnselen na huwelijksontbinding. Er wordt voorzien dat die effecten afnemen. Het verschil kan echter ook gevolg zijn van ‘gemis’ van positieve effecten van samenwonen (zoals affectie, zinvolheid en psycho-sociale correctie) en van ‘selectie’ op de huwelijksmarkt. Er is weinig grond om aan te nemen dat die laatste effecten aan kracht verliezen. Empirisch berust de voorspelling op onderzoek uit de USA waarbij bleek dat het verschil in geluk tussen gehuwden en ongehuwden is afgenomen; met name onder jonge mannen.
    Deze uitkomsten worden echter niet gerepliceerd in een analyse in 11 EG-landen over de periode 1974-1986. Het verschil in levensvoldoening tussen alleenstaanden en samenwoners blijkt globaal even groot gebleven. Het verschil blijkt het grootst in de meest moderne landen en is in die landen ook nog iets toegenomen. Het ziet ernaar uit dat de relatief lage levensvoldoening van alleenstaanden een structureel bijverschijnsel is van het moderne relatiepatroon en geen relict uit het verleden.

Volledige tekst